Uitdaging?
Als elke dag je eten en drinken wordt klaargezet, als niemand aan je kop zeurt over duizend en één dingen die er nauwelijks toe doen, als iedereen je schattig en aaibaar vindt en als je zo lui kunt zijn als je wilt zonder dat het consequenties heeft, dan ben je aangekomen in het paradijs, of gereïncarneerd in een kat. Ik zou er bijna gelovig van worden.

Die kater van ons slaapt achttien tot twintig uur per dag en dat is ongeveer net zo lang als ik wakker ben. Een simpel, doch comfortabel leven. Toch zou ik mijn leven niet zo makkelijk willen hebben, want makkelijk staat gelijk aan saai. Gemak heeft weinig uitdagends en die uitdaging schijn ik nodig te hebben. Zonder uitdaging lijkt het leven op een lang wachten op de dood. Vanachter de geraniums kijken hoe het gras groeit en hoe de postbode dag in dag uit jouw deur voorbijloopt.

Toch klinkt "de uitdaging" als drijvende kracht van het leven mij niet als muziek in de oren. Het heeft meer iets weg van een vlucht. Een vlucht waarvan, of waarvoor? Is het de angst voor de stilte misschien, of slaan we op de vlucht voor onszelf? Is domweg bestaan zo angstaanjagend dat we daar niet mee geconfronteerd willen worden? Durven we de confrontatie met de kern van ons wezen niet aan te gaan?

Onbewust moet ik denken aan een Tibetaanse monnik. Ik zie zo'n kale man in een rood gewaad die uren achtereen mediteert. Hij vlucht niet voor zichzelf, in tegendeel, hij zoekt en vindt zichzelf. Er gaat wat tijd overheen voor je jezelf gevonden hebt, maar als het eenmaal zover is, wat dan? In wezen doet zo'n monnik niets anders dan wat mensen doen die achter de geraniums naar het groeien van gras staren. Het verschil is alleen dat de monnik het doet met een glimlach doortrokken van geestelijke rust.

De kater zal het allemaal een zorg zijn, die denkt niet na over dit soort zaken, die slaapt gewoon tot hij weer wakker wordt. Dan rekt hij zich uit, kijkt hij een beetje om zich heen, wandelt hij naar zijn etensbak, neemt hij een paar happen en hobbelt hij weer terug naar de bank. Na drie of vier aaitjes slaapt hij alweer en ik vermoed dat hij achter zijn pootjes een glimlach verbergt.

© Martin Muires | 23 november 2005