zonlicht in winters beton
Hoe functioneel beton ook is, mooi, warm en liefdevol is het niet. Dat vinden we ook terug in allerlei beeldspraken waarin beton voorkomt. Mensen met de flexibiliteit van beton, een landschap met een betonnen horizon en het betonnen kapsel van Beatrix verwarmen geen van allen ons hart.

Die algemene teneur voor beton, vinden we misschien nog wel het beste terug bij het Nationaal Jeugd Fonds dat zich via de naam Jantje Beton afzet tegen de betonnen flatgebouwen die in de jaren zestig en zeventig in het landschap werden gegoten. Je zou het niet zeggen, maar het woonbeton is ontstaan op de tekenborden van architecten die toch niet geheel zonder esthetisch besef hun werk deden.

Waar esthetiek een nog kleinere rol leek te spelen, was ons wegennet. "Als het maar functioneel is", de toverspreuk die de wegenbouw decennia lang gedomineerd heeft en ook nu nog niet uitgebannen is. Functioneel zijn ze wel, viaducten, maar zelfs als zwerver zou je er nog niet dood onder gevonden willen worden. Een overspanning van ruw beton op palen van hetzelfde ruwe beton, aan weerszijde voorzien van een taluud bekleed met betonklinkers net als het plaveisel van de onderliggende weg, die weer wordt geflankeerd door stoepen van grijze betontegels. Het enige leven zijn de dode bladeren die geen zuchtje wind meer konden vinden om te ontsnappen.

Of het nu de slapende artisticiteit is die gewekt wordt, of een genetisch bepaalde aversie tegen lelijkheid, weet ik niet, maar kaal beton nodigt uit tot versiering, zoals de kale grotwanden waartegen onze verre voorvaderen aankeken, ook al de schilder in de mens naar boven bracht. Versiering is een ruim begrip omdat de hedendaagse graffiti vaker niet dan wel kenmerken van schoonheid bevat. Het aloude "gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen" mag van mij best doorgetrokken worden naar beton met iets als: "wie als leeghoofd begon, spuit zijn naam op beton". Die trieste lettervermicelli uit spuitbussen versterkt eerder de kilheid die beton van zichzelf al heeft, dan dat het huiselijke warmte aan het dode materiaal toevoegt.

Wie op een winderige winterdag bij een temperatuur van rond het vriespunt vrijwillig onder een betonnen viaduct gaat staan, kan niet verweten worden de warmte op te zoeken. Toch is dat hét moment om de warmste foto's van kou te maken. Aan het einde van de dag, net voor de zon sterft achter de horizon, werpt zij haar laatste lange schaduwen en verschuift het licht van ijzig wit naar okergeel.
Precies op dat moment lijkt zelfs het koudste beton even warm te worden.

© Martin Muires | 14 december 2005