Vlieg naar de toekomst
Bij elke stap die wij mensen zetten, trappen we waarschijnlijk op één of andere vorm van leven. Typerend voor de arrogante houding die wij hebben als het op ander leven aankomt. Na ons mensen, komt er een hele tijd niets, dan komen knuffelbare zoogdieren, dan weer een tijd niets en dan iets minder knuffelbare zoogdieren, gevolgd door een heel kastesysteem van steeds minderwaardiger dieren tot we uiteindelijk uitkomen bij wat wij zo charmant "ongedierte" noemen.

In de onderste regionen van het ongedierte vinden we insecten. Zolang ze buiten onze huizen blijven, gedogen we ze. Tot er toevallig eentje in onze kleding of op onze huid belandt, dan volgt direct een standrechtelijke executie, of we rennen gillend weg, want insecten zijn eng. Insecten kunnen steken en bijten, ze kunnen je verwonden, ziek maken en in het uiterste geval kan een insect een mens doden, maar is dat de reden dat zoveel mensen insecten eng vinden?

Ik betwijfel het, want er zijn zoveel dieren die ons kunnen verwonden, ziek maken en doden zonder dat we ze eng vinden. De angst heeft meer met de afmetingen van insecten te maken. Een hond zie je van veraf aankomen en als je daar bang van bent, ga je hem gewoon uit de weg. Insecten zie je vaak niet en het grootste gevaar is een onbekend gevaar. Voel je iets kriebelen dan kan dat een ongevaarlijke vlieg zijn, maar voor hetzelfde geld is het een wesp of een malariamug.

Als insecten van ons eigen formaat zouden zijn, hoe zouden we ze dan ervaren? Wie nooit insecten onder een vergrootglas heeft bekeken zal ongetwijfeld schrikken bij de eerste aanblik van een dansvlieg zoals hierboven, net als ik. Toch ben ik na een tijdje gewend geraakt aan het uiterlijk (het is net als met lelijke mensen) en vallen andere dingen op. De verbazingwekkende efficiëntie in hun bouw bijvoorbeeld.

Neem de haren op hun poten. Goed, als vrouwtjesvlieg zou je ze uit esthetische overwegingen liever niet hebben, maar die haartjes zijn sterk genoeg om erop te staan op moeilijke oppervlaktes als deze kleine bloemen en soepel genoeg om niet te blijven haken als je weer weg wilt vliegen. Met zo'n zespotige landingsgestel kun je bijna overal landen. De vleugels die ze kunnen inklappen, de lange tong om onderin de bloemkelk te kunnen komen, als je goed kijkt, is alles tot in de perfectie doorontwikkeld.

Wij mensen zijn eigenlijk maar lompe inefficiënte dieren in vergelijking met insecten. Ik ben bang dat de toekomst van de aarde niet aan onze kinderen toebehoort, maar aan de kinderen van wat wij ongedierte noemen. Zij zijn de ware overlevers, zoals ze al miljoenen jaren bewijzen en wij, wij zijn een vreemde speling der natuur die "helaas" gedoemd is om uit te sterven. Misschien moet u daar eens aan denken de volgende keer al u de vliegenmepper ter hand neemt.

© Martin Muires | 14 mei 2006