Bij fietsers op een dijk moet ik altijd denken aan dat nummer van Boudewijn De Groot. "Hoe sterk is de eenzame fietser, die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind, zichzelf een weg baant..." Niet dat deze fietsers eenzaam zijn, althans dat hoop ik voor ze, en eigenlijk is het nog maar de vraag of de fietser waar Boudewijn over zingt wel zo eenzaam is. "Alleen" is niet hetzelfde als "eenzaam", hoewel de twee wel vaker door elkaar worden gebruikt.
Elke fietser is alleen, ook als hij in een groepje rijdt. De groep biedt wel bescherming als de wind vol tegen staat, maar iedereen zal zelf moeten trappen om vooruit te komen. Achterop een tandem kun je nog iemand anders voor je laten werken, maar die ander zal snel doorhebben dat je niets doet als hij zich het snot voor de ogen trapt zonder snel vooruit te komen. Fietsen brengt het individu terug tot zichzelf.
Nederland is een fietsland. Ik geloof dat er zelfs meer fietsen in ons land zijn dan er mensen wonen. Hoe komt het toch dat je in de ons omringende landen veel minder fietsen ziet? Ja, wij zijn een plat land en iedereen die ooit een echte berg opgefietst is, weet dat bergop fietsen geen pretje is en bergaf fietsen levensgevaarlijk kan zijn, maar wij zijn niet het enige stukje platte land op de wereld. Wij zijn ook een klein en dichtbevolkt land, waardoor de afstanden fietsbaar zijn, maar ook daarin zijn we niet uniek. Als we even over de grens wippen naar onze zuiderburen ligt het aantal fietsende mensen in het straatbeeld een stuk lager. Vergelijk Brussel eens met Amsterdam en het verschil is direct duidelijk.
Alleen in China (Beijing met name) schijnt men bijna net zo vertrouwd te zijn met de fiets in het straatbeeld. Katie Melua zingt direct mijn hoofd binnen met haar "There are nine million bicycles in Beijing" terwijl ik me afvraag hoeveel mensen er in Beijing wonen. Dertien miljoen, zegt Google, dus de Chinezen fietsen inderdaad bijna net zoveel. Toch is de Chinese manier van fietsen niet te vergelijken met de onze. Chinezen fietsen gedisciplineerd en niet zoals wij kriskras door elkaar.
Veel Nederlandse fietsers hebben lak aan verkeersregels. Die gelden voor gemotoriseerd verkeer, vindt men. Fietsen in de stad is bijna een anarchistische bezigheid, of moet ik zeggen een individualistische bezigheid? Misschien is dat wel de kernreden voor onze liefde voor de fiets. Onze individualistische volksaard gecombineerd met onze calvinistische krenterigheid. Goedkoop vervoer zonder je eigen identiteit op te geven zoals in bus, tram en metro.
Kromgebogen over het stuur onszelf een weg banen tegen de wind in. Ik kan me nauwelijks iets Nederlandser voorstellen, of het moet kankeren over het weer zijn, want man, man, wat was het weer kloteweer dit weekeinde.